De stichter van het Bahá'i-geloof

De stichter van het Bahá'i-geloof

bahji.jpgTekenen van Grootheid

Bahá'u'lláh werd geboren in 1817 in Teheran, de hoofdstad van Iran. Vanaf zijn vroege kindertijd toonde hij tekenen van grootheid. Hij ontving thuis wat onderwijs, maar het was voor hem niet nodig om naar school te gaan, want hij was door God begiftigd met aangeboren kennis. Bahá'u'lláh was afkomstig uit een adellijke familie en toen Hij een jonge man was, bood men hem een positie aan het hof van de koning aan, maar hij weigerde deze. Hij wilde zijn leven wijden aan het helpen van de onderdrukten, de zieken en de armen en een voorvechter zijn van rechtvaardigheid.

Lijden en Invloed

"Gedenk in uw dagen Mijn dagen en Mijn smart en verbanning in deze afgelegen gevangenis. En wees zo trouw aan Mijn liefde, dat uw hart niet zal weifelen, zelfs als de zwaardslagen van de vijanden op u neerkomen en al de hemelen en de aarde tegen u opstaan."

- Bahá'u'lláh -

Er zijn twee aspecten in het leven van Bahá'u'lláh die genoemd moeten worden: het ene is het lijden dat Hij onderging en het andere bestaat uit de enorme invloed die Hij had op het hart en op het denken van mensen. Deze kenmerken ziet men in feite in het leven van alle Manifestaties van God.

Het lijden van Bahá'u'lláh begon op het moment dat Hij opstond om de Zaak van God uit te dragen. Zijn leven was een leven van verbanning, gevangenschap en vervolging. Hij werd in ketenen geslagen in een donkere en akelige kerker in Teheran. Hij werd vier keer verbannen van het ene land naar het andere en werd uiteindelijk naar de gevangenisstad 'Akká overgebracht, in het toenmalige Ottomaanse Keizerrijk. Zijn lijden was zó intens dat Hij naar 'Akká verwees als 'de Allergrootste Gevangenis'.



Graftombe in Bahji.jpgLicht van Waarheid Niet Gemakkelijk Gedoofd

"De Aloude Schoonheid heeft gedoogd in ketenen te worden geslagen, zodat de mensen bevrijd kunnen worden uit hun knechtschap en Hij heeft aanvaard als gevangene te worden opgesloten in deze machtigste Vesting, opdat de gehele wereld ware vrijheid moge verkrijgen. Hij heeft de lijdensbeker tot de bodem geledigd, opdat alle volkeren op aarde duurzame vrede mogen verkrijgen en van blijdschap vervuld zullen worden. Dit is door de barmhartigheid van uw Heer, de Meedogende, de Barmhartigste. Wij hebben vernedering aanvaard, o gelovigen in de Eenheid van God, opdat gij moogt worden verheven, en Wij hebben talloze kwellingen ondergaan, opdat gij voorspoed en welvaart moogt genieten. Ziet, hoe Hij Die gekozen is om de gehele wereld nieuw te maken, gedwongen werd door hen die zich met God gelijk stelden, in de meest troosteloze stad te wonen!"

- Bahá'u'lláh -

Twee grootmachten - die van de koning van Iran en die van de keizer van het Ottomaanse rijk - hebben alles gedaan om Bahá'u'lláh en zijn leringen tegen te werken. Maar het licht der waarheid laat zich niet gemakkelijk uitdoven. Het water zelf dat op dit vuur gegooid wordt om de vlam ervan te blussen verandert in olie en het vuur brandt met grotere felheid. Er kon niets gedaan worden om Bahá'u'lláh's groeiende invloed te stuiten. Hoe verder de autoriteiten Hem verbanden, hoe groter het aantal mensen dat zich tot Zijn leringen aangetrokken voelden en Zijn macht en majesteit erkenden. Ondanks voortdurende vervolging ging Bahá'u'lláh gedurende meer dan veertig jaar door met het openbaren van Gods woord en bracht zoveel liefde en spirituele energie in deze wereld dat de uiteindelijk overwinning van Zijn Zaak zeker is.

Bahá'u'lláh stierf in 1892. Zijn Graftombe, die door baháá's beschouwd wordt als de heiligste plaats op de aarde, staat dicht bij de stad 'Akká.