Het Verbond van Bahá'u'lláh

Het Verbond van Bahá'u'lláh

De Kracht om te Verenigen

De gedachte die het meest centraal staat in het leven van iedere bahá'í is dat hij of zij een verbond is aangegaan met Bahá'u'lláh. Bij andere religies kenden de volgelingen na het heengaan van de Manifestatie allerlei onderlinge twisten, en vielen die religies ten gevolge daarvan uiteen in sekten. De oorzaken voor die onenigheid waren soms het verlangen naar leiderschap van bepaalde ambitieuze personen, of de meningsverschillen die ontstonden tussen de gelovigen over wat de Woorden van de Manifestatie betekenden. Er was niemand door de Manifestatie gemachtigd om die geschillen weg te nemen, en dit droeg bij aan de onenigheid, of strijd. Elke reeks interpretaties leidde tot het creëren van een sekte.

Bahá'u'lláh heeft zijn Geloof beschermd tegen een dergelijke verdeeldheid, door het een unieke kracht te verlenen, de kracht van het Verbond. Vöör zijn heengaan verklaarde Hij de duidelijke bewoordingen, met Zijn Testament, dat na Hem alle bahá'ís zich naar Zijn oudste zoon, 'Abdu'l-Bahá, moesten keren.

'Abdu'l-Bahá, Centrum van het Verbond

'Abdu'l-Bahá, werd tot de enige Uitlegger van Zijn woorden en daarmee tot het 'Middelpunt van zijn Verbond' benoemd. Hij was grootgebracht door Bahá'u'lláh zelf, had als kind Zijn rang herkend en had gedeeld in het lijden van zijn Vader. Hij is ook een zeer kostbaar Geschenk dat aan de mensheid gegeven is: het volmaakte Voorbeeld van de Bahá'í-leringen.

bahaullah.jpgAbdu'l-Bahá leefde 77 jaar. Hij werd op dezelfde avond geboren dat de Báb Zijn missie bekend maakte, op 23 mei 1844, en stierf op 28 november 1921. Zijn leven was vol kwellingen, maar aan iedereen die in Zijn aanwezigheid kwam heeft Hij de grootste vreugde en geluk gebracht.

Na het heengaan van zijn Vader kwam de verantwoordelijkheid voor de Bahá'í-gemeenschap op zijn schouders te rusten, en hij werkte dag en nacht om het Geloof over het Oosten en Westen te verspreidden. Hij schreef duizenden brieven aan individuele personen en groepen overal ter wereld en verduidelijkte de leringen van zijn Vader. Zijn uitleg is een essentieel onderdeel van de Geschriften van het Bahá'í-geloof.

Door zich te richten op 'Abdu'l-Bahá als het Middelpunt van het Verbond, blijven de Bahá'ís in de wereld verenigd in hun inspanningen voor het creeren van een nieuwe beschaving. We herinneren ons dat we, als een deel van onze belofte aan Bahá'u'lláh, elkaar moeten liefhebben en in 'Abdu'l-Bahá zien we het volmaakte voorbeeld van iemand die liefheeft. We herinneren ons dat we het recht moeten handhaven, dat we de fouten van anderen door de vingers moeten zien, en uit het voorbeeld van 'Abdu'l-Bahá leren we wat rechtvaardigheid, edelmoedigheid en vergeving is. Bahá'ís houden 'Abdu'l-Bahá's voorbeeld voor ogen en houden zich daarmee vast aan hun Verbond met Bahá'u'lláh. Zo zullen zij niet toelaten dat de eenheid onder Zijn volgelingen verbroken wordt. Zij zullen zich als wereldwijde gemeenschap inspannen om de eenheid van de mensheid stevig te helpen vestigen.

 



Shoghi Effendi, de Behoeder

ShoghiEffendi.jpgIn zijn 'Wil en Testament' benoemde 'Abdu'l-Bahá zijn kleinzoon tot Behoeder van het Geloof en na Zijn heengaan werd Shoghi Effendi (1897-1957) de bevoegde Uitlegger van de leringen. Gedurende 36 jaar zette hij in alle delen van de wereld het werk van zijn Grootvader voort.

 



UHVG.jpgHet Universele Huis van Gerechtigheid

Vijf-en-een-half jaar na zijn heengaan, kozen de bahá'ís van de wereld het Universele Huis van Gerechtigheid, zoals Bahá'u'lláh dat verordend had en duidelijk was beschreven door 'Abdu'l-Bahá en de Behoeder. Het Universele Huis van Gerechtigheid is de hoogste instelling van het Geloof waartoe alle bahá'is van de wereld zich nu wenden.